De kiel staat
Het pakket van de Diana is binnen, de onderdelen zijn genummerd en op de eerste dag staat de kiel met de spanten er los in.

Het logboek volgt het forum, maar leest als een boek: per werksessie wat er gebouwd is, wie er hielp en wat er misging. De pauzes staan er eerlijk bij.
Het pakket van de Diana is binnen, de onderdelen zijn genummerd en op de eerste dag staat de kiel met de spanten er los in.

Het eerste spant is los afgeschuind volgens de Piet-methode, maar het forum adviseert eenstemmig: eerst lijmen, dan afschuinen en met een huidlat controleren.

Kiel en spanten zitten aan elkaar; het valse dek dient als proefstuk voor dekbeplanking en levert meteen de eerste lessen op over splinters en breeuwnaden.

Piet leert me latjes voorschuren met korrel 320, een vastgelijmd spant moet los, en bij de achtersteven raakt spant 14 de huidlat niet.

De hekstukken 26 en 27 steken uit boven het achterste spant; ik kies ervoor het spant op te hogen, wat de volgende dag een fout blijkt.

Piet corrigeert: niet het spant ophogen maar de hekstukken afschuinen naar het spant; hersteld, en heksteun 24 haaks geplaatst.

Met een papieren mal oefen ik het jogglen tegen een margin plank, en na een blik in Mondfeld en de Anatomy of the Ship kies ik een breedte van 5 mm.

Balsablokken en tanganyika besteld bij Cornwall Model Boats, waar ook de kit vandaan komt, en het plan om hout te snijden met de snijplotter van mijn vrouw.
De snijplotter snijdt wel door hout, maar maakt ronde hoeken en schuift een paar millimeter op: de waterwegplank komt toch met de hand.

Piet levert de regels voor de waterwegplank (breedte, kopse kant een derde, schuine deel minstens een plankbreedte) en na twee dagen ligt hij compleet op het dek.

Start van de dekbeplanking: breeuwnaad met oliepotlood, plankjes schrapen en merken op nerfrichting, vierplankensysteem, en het eerste jogglen bij de boeg.

Na drie maanden pauze is de eerste helft van het geschutsdek af, maar de breeuwnaden zijn onregelmatig; bij de tweede helft lijm ik plankje voor plankje en snij het volgende pas daarna af.

Tijdens een lange zomerpauze denk ik alvast na over patina op de 2500 koperen plaatjes; het forum raadt aan ze gewoon te laten verdoffen.
Het beplankte geschutsdek ligt op de spanten, maar brak bij het plaatsen doormidden; Piet legt uit dat je het dek beter vooraf in tweeën zaagt.

De binnenverschansing zit erop (met een knikje bij spant 13); het bovendek past niet omdat de verschansing te lang is, wat na inkorten is opgelost.

Het bovendek zit vastgepind en de eerste balsa vulstukken zitten in de boeg; Piet waarschuwt dat de balsa niet dieper mag liggen dan de spanten.

Op advies van Hans Groenenberg de balsa bij het hek eerst grof gelijmd en daarna pas gevijld; de boeglijn is volgens Piet alleen met een lat te controleren.

Na bijna drie maanden stilstand zitten alle balsa vulstukken erop en liggen de eerste twee latjes van de eerste beplanking.

De geschutspoorten aan stuurboord zijn afgetekend op 1,2 inch, nadat 30 en 31 mm bij spant 5 misliepen; 1,2 inch is 30,48 mm.

De eerste geschutspoorten zitten erin: gaatjes boren, middenstuk uitsnijden, dan schuren, waarbij snijden preciezer blijkt dan schuren.

Alle poorten aan stuurboord zitten erin, maar het bovendek ligt achter tot 4 mm te hoog; een proefopstelling met een kanon leert dat het geschut omgedraaid wel past.

Alle geschutspoorten aan beide zijden zijn op maat (14 x 16 mm), na een dag van 7 tot 22 uur voor de bakboordzijde.

Door de wielassen dieper in het rolpaard te leggen zakt het kanon 1,5 mm, zodat de loop netter in de poort staat.

De binnenkanten van de poorten aan bakboord zitten erin; op aanraden van Piet komen ook de poorten met luiken er nu al in, en de binnenverschansing wordt rood.

Alle poortkozijnen zitten erin en krijgen een eerste laag Admiralty red ochre; de kleur lijkt bruin, maar volgens Piet klopt hij en wil de verf twee dunne lagen.

Twee tot drie lagen red ochre op de kozijnen, met tussendoor licht opschuren met zeer fijn schuurpapier van 3000 tot 5000.

Na twee maanden pauze weer aan de eerste beplanking: zeven latjes aan elke kant, een paar verjongd en één insteker.

De eerste zijde van de eerste beplanking is dicht, het laatste latje paste precies; twee latjes tekort in de kit en een waarschuwing van Piet voor kromtrekken.

De eerste beplanking is helemaal dicht en geschuurd, de kiel is recht gebleven; Piet adviseert voor de tweede laag eerder te verjongen bij de boeg en instekers achter.

Een bouwhouder uit spantresten met fibervilt, de hekbeplanking met hennegat, de verschansing in vorm geklemd en het besluit om net als Piet een open railing te maken.

De spiegel sluit niet aan op de hekbeplanking; oplossing is de beplanking onder aanvullen met een ronding en de spiegel laten zakken, zonder de spiegelplaat zelf te wijzigen.

De verschansing 7,15 mm verlaagd tot spiegelhoogte, de bovenkant van het berghout afgetekend met schilderstape en de eerste plank van de tweede beplanking erop.

Met één of twee banen per avond zit de eerste kant tot boven de geschutspoorten dicht; op advies van Piet valt de overgang naar de verschansing precies op de helft van een plank.

Een verloren gang hoort alleen bij de boeg, niet bij het achterschip: de splinterplankjes gaan eraf en de planken worden verjongd zodat ze de zeeg volgen.

Beide kanten zijn boven het berghout dicht, maar er zitten kleine kiertjes tussen de planken; de truc van Henk met schuursel en verdunde houtlijm lost het op, en de oorzaak blijken lijmrestjes op de latranden.

De zandstrook is aangebracht, bij de boeg verjongd aan de kielzijde; Piet legt uit dat de onderkant van de kiel (de loze kiel) geen koperbeslag krijgt.

Onder het berghout de eerste insteker bij de achtersteven en, ondanks eerder verjongen, de eerste verloren gang bij de boeg.

De latjes bij de boeg blijven een klinkereffect geven; Piet legt uit hoe je per lat bepaalt waar de verjonging moet beginnen, en waarom hij verjongen en verloren gangen niet combineert.

Mijn verloren gang blijkt volgens het Hollandse systeem gemaakt terwijl de Diana Engels is; Henk rekent voor dat de kitplanken van 5 mm te breed zijn voor de rondingen.

Een verloren gang op het echte Engelse systeem maakt zichtbaar waar het klinkereffect ontstaat; de aangrenzende plank breder laten lost het op, en de rest van de romp wordt met senten in drieën verdeeld.

Stappenplan voor een verloren gang met schilderstape als mal, plus de voortgang bij de achtersteven waar alle planken worden verjongd.

Bij de achtersteven is toch een insteker nodig; de echte lat eerst dry fit plaatsen om te meten, dan de insteker lijmen en daarna de lat.

Na de zomerpauze is bakboord onder het berghout dicht, met vier instekers bij de achtersteven; voor stuurboord wordt de romp in vier gelijke delen verdeeld met zeven plankjes per deel.

Na twee maanden stilte zit de tweede beplanking helemaal dicht, met in het midden precies de breedte van twee plankjes over; het schuren van de achtersteven is begonnen.

Na het schuren van de romp bepaal ik met schilderstape de hoogte van het berghout en lijm ik aan beide kanten de black strake.

De black strake is maar 0,2 mm dunner dan de rest van het berghout; na advies van Piet verdun ik hem iets en laat ik vernis achterwege.

Berghout in drie lagen zwart, spiegel dry fit met een knik die ik wegvijl, en de eerste zijgalerij blijkt verkeerd om te zitten.

De spiegel is gelijmd, de onderkant van de galerijen wordt één doorlopende lijn met een hoekige vorm, en de decoratieset blijkt twee keer links.

Beide zijgalerijen zijn gelijmd en krijgen met de spiegel drie lagen blauw, de raamkozijnen worden wit; rechts ontbreekt de decoratie nog.

De notenhouten beplanking van de spiegel is af en uit het forum komen drie ideeën voor de ramen: folie met grijze waas, opgeschuurd hard kunststof en aluminiumfolie achter plastic.

Vijf raamvarianten naast elkaar getest; het wordt doorzichtig plastic met een grijze waas van zwarte en witte verf, en de ramen zitten in de spiegel.

De eerste gegoten sierlijst zit op de spiegel in okergeel, dat mij nogal oranje lijkt; Piet adviseert dunne lagen en grondverf voor het metaal.

De naam staat op de spiegel in onbeschilderd messing en de sierstrips lopen door naar de eerste zijgalerij.

Een van de twee tinnen figuren naast de spiegel mist een stuk arm, het antiekgoud dekt niet overal en Piet wijst op de juiste loop van de bovenste lijst.

De eerste poging om de raampjes in de galerij te lijmen mislukt door vlekkende secondelijm; met een klein kozijntje als mal lukt het de volgende dag wel.

Het te korte armpje repareer ik met soldeertin en een vijltje; daarna de figuren verouderd met een wash en drybrushen in antiekgoud.

De dames staan weer op hun plek met twee leeuwen en een figuur in het midden; het witte ornament snijd ik uit en het rode vlak krijgt zijn versiering.

Op voorstel van Piet worden de okergele lijsten ook goud, met steun van Masefield; spiegel en linkergalerij zijn klaar.

Drie manieren getest om de rode lijn in het profiel van de sierlijsten te krijgen: verf met kwast, watervaste stift en acrylstift; de kwast wint.

Spiegel en beide galerijen zijn af met alle ornamenten; Piet wijst erop dat de bovenste lijst van de galerij tot het potdek moet lopen en dus te lang is.

Besluit om voor de sierlijsten eerst te bekoperen, drie vragen aan de experts, de waterlijn uitgezet en de eerste plaatjes bij de kiel gelegd.

De eerste stroken langs de kiel tijdens de kerstdagen, met een les over strak leggen en een verschoven derde rij.

De plaatjes zitten aan bakboord lager dan aan stuurboord en volgen rechte lijnen in plaats van de huidgangen: op advies van Piet gaat alles eraf.

Kiel verdiept tot ongeveer 6 mm, roer en achtersteven taps, Henks tekeningen van het Engelse systeem, en met een malletje de banen op de romp uitgezet.

Keuze voor vijf rijen onder de waterlijn, roer beplankt en taps geschuurd, en de waterlijn opnieuw uitgezet met de inductieplaat als waterpas ondergrond.

Het plaatjespatroon op ware grootte uitgeprint en als papieren stroken op de romp gelegd om de snijlijnen te vinden, daarna de eerste negen rijen gelegd.

De lijnen lopen naar wens, de eerste breuklijn is dicht en de boeg is bekoperd, met één verkeerde keuze in het patroon.

De kiel is bekoperd en Piet vraagt waarom het patroon halverwege verspringt: een denkfout bij de insteker.

Begin van de achtersteven, kleurverschil in het koper en het advies om niet te lakken maar alleen de lijmresten te verwijderen.

Na twee maanden is bakboord bekoperd en schoongemaakt met stickerverwijderaar en staalwol; de voorraad plaatjes is al ruim over de helft.

Aan stuurboord een kromme waterlijn hersteld en ontdekt dat bakboord negen banen tot de boeg nodig had en stuurboord acht; besluit om niet te slopen.

Na een paar weekenden pauze weer verder aan stuurboord, nu met de lijn naar de boeg eerst met tape uitgezet.

Beide zijden van de romp zijn bekoperd, met dank aan Piet voor het opgestuurde tekort; alleen het roer moet nog.

Voordat de sierlijsten erop kunnen, zet ik de rusten dryfit op hun plek; Jan wijst erop dat de puttingijzers niet voor de geschutspoorten mogen lopen.

De sierlijsten aan stuurboord zitten er bijna op, met de lijnen van de tekening en de omslag van het Anatomy-boek, bewust anders dan bij Piet.

Na bijna zes maanden stilstand de buitenboordtrap aan stuurboord gemaakt; de treden bleken een halve cm langer dan gemeten, dus de fenders moesten opschuiven.

De eerste sierlijsten aan bakboord zitten erop, met een advies tegen de beschrijving in: plaats de rusten pas als de lijsten op hoogte zitten.

Het gelaserde lijstje langs de achtersteven is te lang en het bijgeleverde walnoot veel te donker; na een proefje in het chloor los ik het op met stukjes uit de gelaserde restplaat.

Piet vindt de lichte walnoten lat boven het koper een blikvanger; Hans geeft een recept met azijn en staalwol om hout donkerder te maken, en de bovenste sierlijst gaat om de boeg.

De sierlijsten op de boeg zitten erop; Piet wijst erop dat de kraanbalken en het gat voor de boegspriet straks door de lijsten heen moeten.

De lichte 1 mm lat boven het koper vervangen door latjes uit hetzelfde hout als de romp, en de eerste delen van het galjoen dryfit tegen de boeg.

Het galjoen staat dryfit, met een gat tussen boeg en rooster dat volgens Piet ook op de tekening zit; hij wijst op de twee gaten die nodig zijn voor de woeling van de boegspriet.

Het gat tussen boeg en rooster beviel me toch niet, dus een heel nieuw rooster gemaakt dat doorloopt tot de boeg; daarna een weekend meten en passen aan het galjoen.

De boegspriet op dikte gevijld en geplaatst voordat het galjoen vastzit, en de kraanbalken zelf gemaakt uit 5 mm walnoot omdat de vijf plankjes uit de beschrijving nergens te vinden zijn.

De kraanbalken opnieuw bevestigd met spijkertjes, WC-potjes gemaakt van 5 mm walnoot, en het probleem dat de botteloefs volgens de tekening over de gemakszitjes lopen; Herby63 adviseert een nieuw rooster.

Het derde galjoenrooster, met de gemakken naar het midden, uitgesneden met hobbymesje 11 na een kansloze poging met boorgaatjes; daarna de vraag of er gelakt moet worden.

In afwachting van de galjoenonderdelen het roer bekoperd, de pennen in de walmgaten gezet en het roer met een driehoekje verlengd zodat de onderkant gelijk loopt met de kiel.

Twijfel of er spijkertjes in de voorgeponste gaatjes van de vingerlingen horen; Hans bevestigt dat ze met nagels werden vastgezet en Piet verklaart waarom ze op zijn foto's ontbreken.

Het roer is klaar en de vingerlingen zitten op de romp, maar witte lijmvlekken op het koper storen; ondertussen de reling op de spiegel gemaakt met de plankenbuiger.

De luiken achter, die wel op de tekening staan maar niet in de beschrijving, gemaakt met een malletje; de scharnieren volgens optie 3, met kleine messing stukjes tegen de romp.

De lijmvlekken op het koper waren te storend: de hele bekopering met fijn staalwol geschrobd en gepoetst zodat het patina egaal kan worden; daarna begonnen aan de dekroosters van het geschutsdek.

De drie dekroosters van het geschutsdek zitten in hun lijst; onder het middelste luik zit een dekbalk in de weg voor de trap, en Piet, Hans en SjorsZ denken mee over wegzagen of wegwerken.

Eerste kogelbakken rond de luiken, met een stapsgewijze methode: een plastic malletje met twee gaatjes zet alle kogelgaatjes op precies dezelfde afstand, daarna vijlen met de kolomboormachine en de kogels in natte lak leggen.

De drie luiken met trappen en kogelbakken zijn op het geschutsdek gelijmd; de dekbalk onder de trap is toch verwijderd en afgewerkt met een dun plankje.

Het galjoen is na veel passen, schuren en overschilderen klaar op het boegbeeld na; de ornamenten zijn goud geworden omdat het okergeel te oranje blijft.

De ankerkluisgaten zitten onder het geschutsdek doordat het meegeleverde element niet onder de rails past; Piet legt het verschil uit tussen ankertros en kabelaring, Henk en Jan hoe de kabelaring om de kaapstander loopt.

De spil van het geschutsdek draait op een kogel, de ankerkluisgaten zijn alsnog een verdieping hoger gezet, linksgeslagen touw is besteld (2,6 en 1,6 mm) en oven en beting staan op het dek.

Het pompsysteem staat in dryfit op het geschutsdek; Stephan en Jan wijzen erop dat de pilaren naast de spil op het echte schip wegneembaar waren om de kaapstander te kunnen bedienen.

De 28 kanonlopen zijn gezwart met bruineringsvloeistof, met wisselend resultaat; op aanraden van Piet laat ik het zo.

De 28 rolpaarden zijn gelijmd; de kit-spijkertjes zijn lelijk, Piet biedt messing spijkertjes aan en weet raad met de broekingring.

De broeking blijkt linksgeslagen en veel dunner dan besteld, op advies van Henk bestel ik alle blokken nieuw bij Syren, en na twee dagen verven zijn de paarden rood.

Met de spijkertjes van Piet krijgt het eerste kanon bouten, wielstoppers, een handvat aan de stelwig en een broekingring; Peter de Vries weet hoe je ringen in serie maakt.

Het handvat van de stelwig draaien uit een walnootlatje mislukte vaak; een satéprikker in een boormachientje werkt wel.

Acht kanonnen zijn af; voor de onzichtbare exemplaren laat ik de wielstoppers weg en gebruik ik kleinere spijkertjes, en de broekingringen worden halve cirkels.

Voor de talies kies ik blokken van 2,3 mm en touw van 0,3 mm; Hans rekent voor dat 2,3 mm op 1:64 precies de 15 cm van een echt kanonblok is.

De eerste broeking zit erop, de flintlocks blijken vuurslagen die volgens Herby63 ook in 1794 al aan boord waren, en alle 28 kanonnen zitten in elkaar.

Alle broekingen zitten erop, maar de Caldercraft-haken van 5 mm voor de talies zijn uit verhouding; na tips van Piet, Stephan en Jan bestel ik 20 setjes kleinere haken bij Cornwall.

De bestelde Caldercraft-haken zijn iets kleiner dan die uit de kit maar nog steeds te groot; de woeling aan de broeking maak ik volgens de methode van Jan Zwart.

De kleinere haakjes schelen weinig maar ik ga ermee door; het kleine blok sluit ik op met een woeling van zijdedraad van 0,1 mm in plaats van een knoop.

Met schilderstape, een pincet en verdunde houtlijm vind ik een manier om het talietouw op het dek te leggen die niet te netjes en niet te rommelig is.

Na een zomer waarin alleen de 84 talietouwen werden voorbereid staan alle kanonnen opgetuigd in gelid; de verkeerde blokken van Syren (2 mm) zijn te klein.

Alle kanonnen zijn opgetuigd op de dektouwen na, en ik leer dat bijenwas de kleur van het touw verpest.

De pompinstallatie wordt definitief vastgelijmd, de kaapstander komt terug en op het geschutsdek komt een kabelaring (messenger) met oogsplitsen, een talreep en drie zelfgedraaide rollers.

De self-assembly blokken van model-shipyard.com lukken met oude hobbylijm van mijn dochter, en uit Duitsland komen photo-etched haken in vier maten, vooral voor het bovendek.

Alle kanonnen zijn definitief opgetuigd, en na uitleg van Jan, Piet en Herby63 over halzen en brassen plaats ik de klampen uit de kit in de kuil.

De dekbalken van het bovendek zijn geschuurd en geplaatst en het dek is op maat gemaakt, nog los, zodat het geschutsdek nog even in beeld blijft.

De dekbalken zitten vast en ankertouw en kabelaring liggen op het geschutsdek; na een tip van Stephan over stof besluit ik het bovendek eerst te beplanken en pas daarna te monteren.

Het oliepotlood voor de breeuwnaden is op en de winkels zijn dicht, dus ik probeer garen van 0,15 mm; het dek krijgt een koningsplank volgens een oude post van Hans.

De zelfgemaakte koningsplank van 5 mm ligt; na waarschuwingen voor kromtrekken van Piet, Herby63 en Stephan plak ik tijdelijk spanten met de juiste zeeg onder het dek.

Na een hele dag planken leggen bevallen de breeuwnaden van garen me uitstekend; op het forum ontstaat een discussie over schrapen of schuren.

De ene helft van het dek ligt; de planken variëren van 3,8 tot 4,2 mm breed, dus de andere helft symmetrisch inlaten in de waterwegplank wordt meten en uitzoeken.

Het bovendek is volledig beplankt en twee keer geschraapt; de olie bleek bedorven, dus Rustins Danish oil besteld, en het legpatroon blijkt een drieplankensysteem uit Zu Mondfeld.

De beschrijving wil een lijst van 2x2 mm rond de roosters; na rekenen met Stephan en lezen over geschutsdekken maak ik ze lager en met een bolling.

Alle roosters voor het bovendek zijn klaar, 1 tot 2 mm hoog met een subtielere bolling, onderbouwd met Lavery en foto's van de HMS Bellona uit 1760.

Roosters geplaatst, het onderste deel van het potdek met een open reling achter zoals bij Piet, een beukenlat voor het voordek gebogen in een pvc-buis, zelfgedraaide stutten, en de eerste reling zit erop.

Na een stille zomer is de tweede reling klaar, staat er een eikenhouten kaapstander van scratch op het bovendek en heeft de Diana eindelijk een fatsoenlijke notenhouten standaard.

De eikenhouten kaapstander was een broddelwerkje; twee nieuwe versies van notenhout naar Anatomy of the Ship, waarvan de derde (zeven lagen, vierkante windboomgaten) unaniem wint.

De smalle verticale delen maken plaats voor dikkere staanders (klampen of schenen, volgens Piet), met daartussen horizontale wedges van 1 mm dik.

Rooster en trapgat vormen nu één geheel met de kaapstander, de eerste zes windbomen zijn gezaagd, en op 28 september staat alles gelijmd op het dek.

Twee avonden paaltjes maken: satéprikkers bleken waaiboomhout, dikkere ronde stokjes uitgedund werkten wel; ze staan er los voor de modelbouwersdag in Hillegom.

De eerste paaltjes lieten in Hillegom halverwege de dag al los; poging twee is van notenhout, met de kleine messing ringetjes van de Caldercraft-haakjes.

De paaltjes zijn nu precies op maat gedraaid, met spelden onderin vastgezet in het dek, en het touw hangt na een tip van Hans Groenenberg met water en een gewichtje realistisch door.

Het ringetje uit de kit bijgesneden tot keggen en overtrokken met zwarte stof als geteerd zeildoek, op tip van Koos bruin geschilderd; Herby63 levert Victory-foto's voor een tweede versie.

Een tweede mastvoet van geverfde voeringstof met plooien, gerepliceerd naar een Victory-foto van Herby63; het forum kiest met 4-1 voor de bruine variant met zichtbare inkepingen.

Ondanks de forumstemming een derde variant: bruin, geplooid naar de doorleefde masten van de Victory, met de spieën nog net zichtbaar; de zwarte mastvoet verhuist naar het geschutsdek.

De kleinste mastvoet op het achterdek is af, en de eerste beting staat in de grondverf: gebouwd uit het restmateriaal van de kit, naar de vorm van de betings op de Victory.

Beide betings staan rood op het dek, gemaakt van alleen het restmateriaal uit de kit; het volgende klusje wordt een zelfgemaakt stuurwiel met tien spaken, waarvoor mahonie is besteld.

De eerste ring van het stuurwiel is klaar: tien gelijke segmenten notenhout, met epoxy aan elkaar en met gele lijm op een draaischijfje, volgens de pdf waar Stephan me op wees.

Ring nummer twee en de centerringen zijn af en de eerste spaak ligt in zijn inkepingen; Stephan raadt peren, kersen of buxus aan in plaats van noten.

Buxus besteld bij edelholzverkauf in Duitsland, en een avond spaken maken levert precies één spaak op: ze breken en het uitlijnen is een dingetje.

Nieuwe draaibeitels en het nieuwe hout komen binnen, het tempo is twee spaken per avond, en Stephan wijst op het draaien in een mal.

Een mooie spaak die te dik is of een spaak op schaal die minder fraai is: het wordt de dunne, en na een dag oefenen staat de methode met een perfect vierkant latje van 1,06 mm.

Alle tien spaken zitten in het wiel, maar bij het losmaken van het draaischijfje brak de ring op drie punten; JDS73 en Stephan weten hoe het beter kan.

Het tweede stuurwiel is af, de ringen van 0,3 mm zitten erop en de eerste staander is klaar; naast het exemplaar uit de kit is het verschil duidelijk.

Alle onderdelen van het stuurwiel zijn af en staan in de Osmo-olie; de vraag is nog of het wiel moet kunnen draaien en hoe het achterste wiel komt te staan.

Een koperen vellingband als finishing touch, historisch waarschijnlijk niet correct, en een eerste begin van het kompashuis in notenhout.

Het stuurwiel staat met touw en al vast op het dek; tussen rooster en wiel komt nog het kompashuis, en voor het wiel aan beide kanten een rooster voor de roerganger.

Het kompashuis in notenhout werd te grof en gaat opnieuw in buxus met walnotenbeits; de lantaarn en kompassen mogen maar 5 mm in diameter zijn en Herby63 tipt styreen.

Het eerste kompas (bij de tweede poging) en een lantaarn van fotopapier met een koperen dekseltje, waarvan de openingen met de snijplotter zijn gemaakt.

Het kompashuis staat met touwen op het dek; de ringetjes zijn niet vastgelijmd en de bovenkant ligt los, zodat kompas en lantaarn eruit kunnen.

De rolpaarden voor de 9-ponders komen scratch uit castellohout: de zijwangen worden op de kruistafel als trappetje gefreesd, waarbij de eerste poging te diepe treden kreeg.

De eerste tappendekplaat zit erop en de pinnen worden zonder lijm met ringetjes van 0,65 mm geborgd; het rolpaard helt naar achteren en Stephan verklaart dat uit de bolling van het dek.

Het eerste rolpaard krijgt zijn beslag en ringetjes, en sluitringen ontstaan door de kop van een messing speld kort in de draaibank te vijlen.

Na tien maanden stilte het eerste 9-ponder op zijn rolpaard in elkaar gezet, met pennen en sluitringen in plaats van lijm, en de wielpinnen gemaakt van platgeslagen messing spelden.

Alle tien rolpaarden zitten in elkaar (een uur of twee per stuk), de stelkeggen hebben een gedraaid rood handvatje en de eerste broeking is gelegd naar het plaatje van de broekingenknoop in Zu Mondfeld.

Alle broekingen zitten erop; de zijtakels maak ik in een stellage, met zelfbouwblokken van 2,3 mm, en deze keer opgebonden in plaats van in rolletjes op het dek.

Het geschut even zat: het belhuis uit de kit sloeg nergens op, dus zelf een belhuis gemaakt naar het voorbeeld in de Anatomy of the Ship, omgerekend naar 1:64.

Het zwarte belhuis met bel en bewegende klepel staat op het dek, maar past met de pootjes net niet: rooster ingekeept en een kleine overhang over de bak; Jan vroeg terecht waarom de balk langsscheeps hangt.

Ruim anderhalf jaar na de start in januari 2022 zijn alle tien 9-ponders op het bovendek opgetuigd en klaar voor gebruik; nu de carronades nog.

De tinnen 'wieltjes' uit de kit vervangen door wieltjes van in elkaar geschoven messing buisjes, en de hoogteschroef door een 1,2 mm bout met een speld als handvat, die dankzij het zachte tin echt draait.

De carronades zijn zwart, met vizier, monogram, ringen en een wielbasis waarin speldenkoppen het ronde nageleffect geven; de carronade staat los op de slee en kan naar voren en achteren; alleen de V-vorm aan de voorkant ontbreekt nog.

Al het geschut op het bovendek is af, de carronades opgetuigd met per ongeluk een maatje groter touw en blokken, en het belhuis is opnieuw gemaakt: een slag kleiner en een kwartslag gedraaid.

De hangmatkranen uit de kit zijn bijna allemaal stuk en de hond heeft vel 3 en vel 5, met het belegplan, opgegeten.

Op tip van Piet vraag ik Cornwall Model Boats om nieuwe tekeningen, en intussen maak ik de kevels zo dat er een touw aan vast te knopen is.

Nieuwe hangmatkranen van buisjes van 1 mm om een houten mal gevouwen, met een ringetje in het opengevijlde uiteinde; platte of ronde ringetjes is nog de vraag.

De zelfgemaakte hangmatkranen zitten erop, het net komt van de keukenhor en de eerste hangmat is een rolletje stof van 4 bij 3 cm, gekleurd in rooibosthee.

De netten zitten met een windseltje en een lus aan het horizontale touw, en met een latje met zeven spelden rol en bind ik de hangmatten.

Na een jaar rollen en binden liggen alle 190 hangmatten in de netten; met tien minuten per stuk was het een klus van jewelste, en de hangmatkranen zijn daarmee klaar.

Het boegbeeld geschilderd volgens de methode van ChrisVanDerLinden, met een boog van 1 mm messingdraad in plaats van de 0,7 mm uit de beschrijving; wat Diana in haar rechterhand houdt blijft een raadsel.

Caldercraft laat je voor de brassen en de schoten gewoon gaten van 1,5 mm boren; ik maak er blokjes van noten met messing buisjes in langwerpige gaten van, en zet tien vaste blokken op de romp.
