Het dek is af
Het dek is af. Het symmetrisch inlaten is gelukt. Helaas kwam ik daardoor bij de kuil en het forecastle (voordek) niet meer helemaal in lijn uit, maar dat is dan ook het enige. Verder ben ik zeer tevreden. Het garen als breeuwnaad is me, zoals gezegd, erg goed bevallen. Ik denk dat het ook minder werk was dan het zwarten van alle latjes met een potlood of stift.
Het dek heb ik twee keer helemaal geschraapt, om alle lijmresten en vlekjes te verwijderen. Op de foto’s ontdek je altijd weer nieuwe plekjes, maar die werk ik nog bij.



Olie
Toen ik het dek wilde gaan oliën, bleek mijn olie niet meer goed. Dus nieuwe besteld (Rustins Danish oil). Hopelijk komt die een beetje snel, want ik wil het dek in de olie zetten voordat ik het monteer. Zodra de olie erop zit, wordt de kleur naar verwachting nog wat mooier.
Piet raadde aan zuinig te zijn met de olie: één dun laagje geeft volgens hem het mooiste resultaat, en direct nawrijven met een zachte doek die niet pluist of met keukenpapier maakt het nog beter. Zelf kleurt hij zijn dekken nooit, want dat werd in het echt ook niet gedaan: dekken bleven onbehandeld en werden grijs door weer en zeewater. Hij beschermt ze alleen met één laagje transparante matte lak. Ik houd het op olie, in een dun laagje, omdat ik dat bij het geschutsdek ook heb gedaan.
Legpatroon
Herby63, naar eigen zeggen ‘milimeterchef’, vroeg waarom ik een 0-1-3-2 legpatroon had gebruikt en niet gewoon 0-1-2-3. Het patroon heb ik gebaseerd op Zu Mondfeld. Eerder schreef ik dat ik een vierplankensysteem zou gebruiken, maar het is een drieplankensysteem geworden. Herby’s conclusie: rare jongen, die Zu Mondfeld.
