Rooster, trapgat en windbomen: de kaapstander is af
Rooster en trapgat
De zijkanten van het rooster waar de kaapstander naast staat heb ik verlengd, zodat het een geheel vormt. Ook het trapgat heb ik als één geheel door laten lopen. Het zal vast niet zo horen, maar ik vond het rustig en mooi zo. Het plaatje onder de kaapstander is ook van eiken, net als de randen van het rooster. In de kit zit een notenhouten plaatje, maar dat had weer een andere kleur dan het notenhout van de kaapstander. Daarom zelf maar een plaatje gemaakt. Alles moet nog vastgelijmd en in de olie of lak gezet worden.


Herby63 vond dat er toch maar een roostertje op het trapgat moest, anders zouden de binnenste plaatsen aan de kaapstander niet lang bemand blijven. Nee hoor, die springen maar.
Windbomen
Met een nieuw zaagje voor de cirkelzaag heb ik de eerste zes windbomen gemaakt. Er passen er twaalf in, maar op veel modellen zie ik er maar zes. De lengte heb ik gebaseerd op de tekeningen uit The Anatomy of the Ship: iets meer dan 3 m, op schaal 4,9 mm. De dikte is zo’n 1,25 mm, in het echt zo’n 8 cm. Hans Groenenberg vond dat een mooie dikte.

Op mijn vraag of zes of twaalf historisch correct is, had Piet een mooi antwoord: dat heeft er niet zoveel mee te maken, maar op een model oogt een spil met zes windbomen subtieler, en met alle twaalf zie je door de bomen het bos niet meer. Misschien maak ik er toch twaalf, laat er zes in zitten en leg er zes op het dek. Dan voldoe ik ook nog een beetje aan wat Mondfeld erover zegt: windbomen in een kaapstander zijn alleen correct als ze gebruikt worden. In mijn geval zijn ze er dan net aan het inzetten, of zoiets.
Gelijmd
Op 28 september was hij dan eindelijk af, gelijmd en wel. Het trappetje staat er ook al in, alleen de paaltjes daarvoor moeten nog. De windboomgaten heb ik iets ingeboord, zodat de windbomen er stevig in zitten zonder lijm. Zo kan ik ze er nog makkelijk uithalen; ze nu al vastzetten leek me niet praktisch.
